Publicaties

Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 28/09 door Klaas Stuive

Waarom de Eik vingerbladen heeft!

Een herfstverhaal, omdat alle bladeren van de bomen vallen, maar waarom niet die van de eik?...Er zijn altijd uitzonderingen op gewoonte en als je dat weet, dan kun je zelfs de duivel te link af zijn. Lees maar...

Er was eens een keuterboer die veel kinderen had. Hij zorgde samen met zijn vrouw zo goed mogelijk voor hen. Hij was arm en had geen stuk land en moest als dagloner werken bij vreemden. Een stukje eigen land bezat hij helaas niet en daarom moest hij als dagloner bij vreemden gaan werken. Het geld dat hij verdiende was nauwelijks genoeg om van te leven. "Hemel en hel!" vloekte de keuterboer op een dag, "alleen de duivel kan ons helpen!" Dat had hij niet moeten zeggen, want de duivel verscheen voor hem als een marskramer met duivelspoten.
"Wat wil je, mannetje?" vroeg de marskramer hem. Hij raapte al zijn moed bij elkaar en antwoordde: " Een mooi stuk land, een paard en een ploeg, zodat ik mijn vrouw en kinderen behoorlijk te eten kan geven."
"Dat zul je krijgen," zei de marskramer en gooide een buidel met goudstukken naar hem toe. "Hier kun je alles voor kopen, wat je hebben wilt, maar je moet me er wel iets voor teruggeven!" "En wat is dat?" vroeg de keuterboer. "Jezelf," zei de jager. "Over een half jaar kom ik je halen!" De keuterboer schrok en dacht: "Over een half jaar, dan kan ik mijn land niet eens bebouwen en er geen oogst vanaf halen. Hij zei: Weet je wat, kom me halen als alle bladeren van de bomen zijn gevallen." De marskramer ging akkoord. Ineens was hij weg. Alleen de buidel met goudstukken bleef op tafel liggen.
De vrouw van de keuterboer sloeg vlug een kruisje en zei: "Man, wat heb je gedaan?" Maar de keuterboer lachte en zei: "Wees niet bang vrouw. De duivel is slim, maar ik als arme keuterboer moet slimmer zijn, anders zal het slecht met me aflopen. Wacht maar af en je zult zien, wat er gebeurt."
De lente was voorbij, de zomer was voorbij en de herfst begon. De keuterboer had al lang een prachtige oogst van zijn land gehaald en de kinderen hadden genoeg te eten. Het smaakte hen allemaal best, alleen de vrouw verloor haar eetlust. Voortdurend keek ze uit het raam, toen de bladeren geel werden en van de bomen dreigden te vallen. Het duurde niet lang of de bomen rondom hun huis waren helemaal kaal.
En op een morgen stond daar plotseling de marskramer voor de deur.
"Ik kom je halen," sprak hij tegen de keuterboer. "De bladeren zijn allemaal afgevallen, je tijd is gekomen." Maar de keuterboer was niet bang, en zei: "De bladeren zijn al afgevallen, dat is waar. Maar niet allemaal. Kijk maar eens in het bos daar boven." En hij wees naar de heuvel achter zijn huisje. Daar stond een mooie, grote eikenboom; de bladeren waren wel erg geel, maar ze zaten nog aan de boom. "Je hebt gezegd, dat je mij zou komen halen als alle bladeren van de bomen zijn gevallen. En zoals je zelf ziet, zijn ze er nog niet allemaal af. Kom nog maar een keer terug." "Daar kun je op rekenen," zei de marskramer. En plotseling was hij weg.
Na een maand kwam hij weer. Overal lag al sneeuw, de kale bomen trilden in de wind, maar de mooie, grote eikenboom op de heuvel had nog altijd genoeg bladeren. De keuterboer lachte. Hij wist heel goed, dat de eik zijn bladeren in de winter niet verliest en hij zei tegen de marskramer: "Zoals je ziet zijn alle bladeren nog niet afgevallen. Je zult veel later moeten komen." "Daar kun je op rekenen," knarsetandde de marskramer.
Toen de lente begon en het ijs verdwenen was, kwam hij voor de derde maal. De sneeuw was al weg, de bomen werden weer groen, maar aan de eik trilden nog altijd de bladeren van het vorig jaar. De keuterboer wees lachend op de eik: "Zoals je ziet, zijn ook nu niet alle bladeren van de bomen gevallen. En ze zullen ook niet meer afvallen. Kijk maar!" Tussen de laatste oude blaadjes groeiden alweer nieuwe bladeren.
De duivel begreep, dat de keuterboer hem voor de mal had gehouden. Nijdig prikte hij zijn vingers in de jonge bladeren van de eik om zo zijn woede af te reageren en plotseling was hij verdwenen.
De keuterboer kwam er goed van af. Maar de eikenbladeren hielden tot op de dag van vandaag de herinnering. Voor die tijd hadden ze een mooie gladde rand gehad, maar sinds de duivel er met zijn vingers in geprikt heeft, zien ze er uit als vingers. Ondanks dat vallen de blaadjes pas af in de lente, als de nieuwe bladeren alweer beginnen te groeien.

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws