Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 25/04 door Klaas Stuive

Lezing door Klaas Stuive MCM,
Zondag 25 april 2004 in Hellendoorn
Eerste bijeenkomst van de Vereniging “Samenwerkende Yogadocenten Nederland” (SYN).

Intens dankbaar ben ik dat ik via de Yoga in contact mag komen met de bewustzijnsstroom van grote Yogi’s, zoals Jezus, Krishna, Boeddha en Patanjali. Bewustzijnsstromen die vanuit de geest van moeder aarde ons gelukkig nog steeds blijven beïnvloeden en de mens inspireren om de Waarheid te zoeken achter het leven hier op aarde. Ik geef in deze verhandeling een persoonlijke beschouwing over Yoga. Het zijn slechts gedachten die als wolken aan de hemel weer wegstromen en oplossen of klanken van gevoel die in meditatie uiteindelijk weer verstommen in de stilte. Een kijkje in mijn geest en gedachten over mijn geliefde Yoga.

Inleiding

“Hoe meer je weet, hoe meer je beseft niet te weten”, is een gezegde dat ook zou kunnen slaan op de titel van mijn lezing, die luidt: ”Het Pad van Onvermogen“. Wellicht een wat aparte titel, maar met een eerbare bedoeling. Met deze titel wil ik graag een paar gevoelens met jullie delen.

Het eerste gevoel is: “Hoe langer ik aan Yoga doe, des te onbekwamer ik mij eigenlijk voel”. Dit gevoel schijnt een bekend psychologisch fenomeen te zijn in de ontwikkeling van de mens en moet (naar men zegt) niet verkeerd of negatief begrepen te worden, omdat dit juist een teken schijnt te zijn van geestelijke groei… Maar toch:“Hoe meer ik weet, hoe meer ik besef hoe klein en nietig ik eigenlijk ben in het groter geheel”.

Een ander (tweede) gevoel is dat ik het idee heb dat grote Yogis, zoals Patanjali, de grondlegger van Raja Yoga, eigenlijk:“op een fantastische manier speelt met mijn ego en me daardoor laat inzien wat waarlijk bevrijding is”. Ik doel hier op het feit dat, kijkend naar de opbouw van de yogasutras, hij investeert in mijn persoonlijke ontwikkeling als mens.

Het laatste (derde) gevoel, dat ik met jullie wil delen, is dat ik op het Pad van Yoga:“heen en weer wordt geslingerd tussen westerse (lees christelijke opvoeding) en de oostelijke cultuur (lees Yogafilosofie)”. Toch zijn er frappante vergelijkingen te maken tussen het levenspad van Jezus en die van de Yoga, zoals verwoord door Patanjali.

Deze drie gevoelens zijn overigens wel te onderscheiden, maar niet van elkaar te scheiden. Ik zal proberen het één en ander onder woorden te brengen.

“De Indiase groet” (namaste)

Als een persoon uit India je begroet, dan doet hij dit met de handen in namaste. Een westerse persoon schud je de rechter hand. De eerste wijze van benadering is een groet aan het goddelijke in jou. De westerse benadering is ooit ontstaan om te controleren of je geen mes in je rechter hand hebt verborgen. De eerste groet is een teken van respect en devotie. De tweede groet ooit een teken van wantrouwen. Ik groet jullie dan ook met: “namaste”!

“Vloeken in de kerk”

De titel van mijn persoonlijke beschouwing over Yoga (het Pad van Onvermogen) is wellicht ook ingegeven door mijn Christelijke opvoeding, want zeggen dat je als Yogabeoefenaar bijvoorbeeld vermogens krijgt, zoals Jezus, die over het water loopt, onbeperkt brood en wijn kan schenken en dergelijke (zie hoofdstuk 3 van Patanjali), is in mijn privé- en werkomgeving nog steeds als “vloeken in de kerk”. Laat staan dat je zegt, dat je “als God bent” (Aham Brahmasmi), zoals de Upanishads aangeven. Immers Adam en Eva wilden zijn als God, hebben zich met zonden beladen en zijn uit het paradijs verdreven met de opdracht “ga heen en vermenigvuldig u. In het zweet des aanschijns zullen jullie je brood moeten verdienen”.

“Lijdensweg van Jezus”

Jezus, zo wordt gezegd, stierf voor de zonden van de mens en gaf ze hoop tot terugkeer naar het paradijs, naar “God de Vader”, de “Almachtige”. Ruim een miljard mensen herdenken jaarlijks de geboorte (Kerstfeest), het lijden (Pasen), de dood, de wederopstanding uit het graf en de Hemelvaart (Pinksteren) van deze joodse godsdienstleraar Yoshua, die de geschiedenis in ging als Jezus van Nazareth, met de eretitel “Christus”, het Griekse woord voor “Gezalfde”. Jezus, is in de westerse wereld het grote voorbeeld om uit het aardse lijden verlost te worden, maar Yoga (meditatie) als middel tot bevrijding komt helaas in het vocabulaire van “Christenen”niet voor. Toch is Jezus mijn grote voorbeeld, evenals Patanjali, een Yogi van de eerste orde. Ik heb de lijdensweg van Jezus pas echt leren begrijpen door de spirituele kennis verwoord in de Yogasutras door mijn andere grote voorbeeld, Patanjali. En alle puzzelstukjes vielen op zijn plaats door een derde invalshoek, namelijk de Bhagavad Gita en de Upanishads. Voor mij behoren dan ook de bijbel, de Yogasutras, de Bhagavad Gita en de Upanishads zeker op de lijst van verplichte literatuur van Yogaonderricht. Vanuit meerdere invalshoeken Yoga benaderen heeft mij namelijk als mens verrijkt.

“Achterdocht versus goedheid in de mens”

Meer inzicht krijgen is één, maar dit uit kunnen leggen aan je omgeving is iets anders.

We komen onder de paraplu van de titel ( het pad van onvermogen) namelijk terecht op een andere kwestie en wel op het verschil in denken (wellicht ook in beleving en/of opvoeding) tussen de Westerse en de Oosterse (lees Indiase) cultuur. De oosterse mens gaat per definitie uit van de goedheid in de mens. De westerse mens is per definitie geneigd tot achterdocht. De westerse mens blijft altijd op zijn hoede, achterdochtig zelfs. Ieder welwillend initiatief, hoe mooi en zuiver van intentie ook, wordt vaak eerst met enige achterdocht bekeken en dan pas na veel overtuigingskracht geaccepteerd. Als Yogabeoefenaar heb ik veel weerstand ontmoet.

Yoga wordt onmiddellijk geassocieerd met “sekte”, met zweverigheid of met niet van deze wereld zijn. Voor een hoop mensen is de drempel om Yoga te gaan beoefenen dan ook erg hoog. Ik vind het dan ook dat we meer moeten investeren in het verbeteren van het imago van Yoga. Daarnaast lijkt mij in dit verband ook wenselijk om de drempel voor aspirant Yogabeoefenaars niet te hoog te leggen en in aanvang te richten op leren ontspannen, langzaam bekend te maken met de Yogataal. Toch zullen we rekening moeten houden met het feit dat veel mensen zich tot de Yoga geroepen voelen, maar veel ook weer tussentijds afvallen.

“Logica (ratio) domineert”

Wat ik persoonlijk ervaar is, dat dit verschil in beleving (ga ik uit van de goedheid van de mens of moet ik op mijn hoede zijn) als westerse Yogabeoefenaar spanningen oplevert met je omgeving. Lange tijd heb ik mij afgevraagd wat daar de reden voor zou kunnen zijn. Dit komt waarschijnlijk omdat de westerse mens zich veel teveel laten leiden door het denken, door onze ratio. Zij laat zich ook leiden door het idee dat het leven maar éénmalig is. Het enkel en alleen stilzitten, zoals in meditatie, brengt onrust, is zonde van de tijd en…tijd is geld, “ledigheid is des duivels oorkussen”. Zelfs in de westerse filosofie, maar ook de in de wetenschap vind je dit terug. Onlangs las ik nog in een interview met Wubbo Ockkels, onze eerste astronaut. Op de vraag of zijn wereldbeeld is veranderd en of een mystieke ervaring had, antwoordde hij: “Mystiek wat is dit, ik weet niet eens precies wat dit betekent. Ik ben een rationeel mens. Ik geloof niet in geloof. Het doet je wel iets als je dat nietige bolletje ziet op een afstand, dat is een schok”. Een Britse natuurkundige Stephen Unwin heeft berekend dat de kans dat God bestaat 67 % is. Dat percentage was`hem als gelovige nogal tegengevallen.

Patanjali zegt in één van zijn sutra niet voor niets, dat zelfs wetenschappers in verwarring zijn.

De ratio is in het westers denken de basis voor wat als waarheid wordt gezien. “Eén en één is twee en niet drie”. Het moet een plaats krijgen in de tijd van de geschiedenis. Mythes uit het verre verleden wordt dan ook afgedaan met sprookjes. Alleen wat zintuiglijk is waar te nemen en in de tijd geplaatst kan worden is de waarheid. Er zijn dan ook maar weinig echte filosofen in de westerse wereld, die boven het niveau van denken zijn uitgestegen en als ze er zijn vind je ze vooral in de vroege middeleeuwen toen het christendom nog puur was.

“Denken creëert afgescheidenheid”

De westerse logica gaat uit van het denken en het denken creëert afgescheidenheid. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld niet voor niets zoveel kerken, die afgescheiden zijn. Misschien is dat ook wel de reden waarom er zoveel Yogavormen en –scholen zijn! De oosterse benadering is voor de westerse mens “onlogisch”. Het is ontwapenend. Het gaat uit van een hoger, innerlijk gevoel. Het gaat uit van het idee dat ieder mens het vermogen in zich zelf heeft om zich zelf te bevrijden. Het gaat uit van het “bovenzintuigelijke”, die de mens brengt naar de echte Waarheid. Het “zintuigelijke” brengt de mens in verwarring en is slechts illusie (maya), zeggen de Oosterse leermeesters. In hoofdstuk vier (Het Pad van Bevrijding) probeert Patanjali ons (als een soort wetenschapper) duidelijk te maken hoe het denkenvermogen werkt. In Yoga wordt de Sanskrietterm “antakarana”gebruikt, de innerlijke functies binnen de geest, namelijk geheugen (citta), ik-heid (ahamkara), intellect (buddhi) en het lagere verstand (manas), die in verbinding staat met de zintuigen (indriyas). Boven het denken is de “Stille Eeuwige Getuige”, de “Spiegel van de Ziel”, “Purusha” genoemd, die ons in staat stelt om te denken en ons een Spiegel voorhoudt.

In het Sanskriet kent men overigens het woord “filosofie” niet. “De Waarheid kan slechts gezien worden, maar je kunt er niet over nadenken”, staat in de Bhagavad Gita en de andere Upanishads geschreven. Deze zoektocht naar de Waarheid noemt men in het Sanskriet “darshan”. Dat woord betekent “inzien”. “Filosofie” betekent ”nadenken” en met het denken bereik je nooit het punt van directe ervaring van de waarheid, zoals ook Patanjali wil zeggen via zijn sutras.

“Ik ben als Brahma”

De mantra “Aham Brahmasmi” is dan ook, uit westers oogpunt gezien, de meest ultieme, dappere uitspraak die een mens kan uitspreken. In het Nederlands kun je deze uitspraak uit de Upanishads vertalen in: “Ik ben het uiteindelijke. Buiten mij is er niets. Alles is in mij. Als ik mijzelf kan ontdekken, heb ik het totale mysterie van het bestaan van het Zelf ontdekt”. Hoe poëtisch mooi is die eeuwige waarde die in de Upanishads, maar ook de Yogasutras van Patanjali staan vermeld. Hoe moeilijk is dit uit te leggen aan godvrezende, westerse mensen.

Volgens het oude testament kunnen wij op geen enkele wijze in de schaduw van de “Almachtige God” staan, omdat we beladen zijn met zonde. Toch zegt Jezus zelf in het nieuwe testament: “U bent als God”. Maar hoe moet je dit godsbegrip zien vanuit het Westerse of Oosterse standpunt. Vanuit het eerste standpunt is er naast en apart van God een duivel. In termen van God spreken we over de Hemel. In termen van de duivel spreken we over de hel. Hoe moeilijk is het uit te leggen dat het kwaad een deel is van het goddelijke en dat dit kwaad uiteindelijk geen kwaad is. Alleen in je dualistisch denken kan het kwade fout zijn, omdat het totale, universele beeld niet wordt aangevoeld.

“De ware rol van een meester”

Los van de belevingsverschillen tussen oost en west, begin ik steeds meer de diepere betekenis te begrijpen van het gezegde: “Bescheidenheid siert de mens”. Even een anekdote. Een judoleraar uit mijn jeugd (leermeester van Anton Geesink), droeg geen zwarte band, maar een witte band. Op onze vraag, waarom hij niet zichtbaar zijn graden, als bewijs van zijn meesterschap, om zijn middel droeg, sprak hij de wijze woorden: “Zij, die hun meesterschap door uiterlijke schijn nog moeten tonen, hebben nog last van hun ego”. “Echte meesters zijn egoloos, nederig en bescheiden”... De term “meester” dekt eigenlijk niet de lading als we kijken naar de rol die een Yogameester of –leraar zou moeten vervullen. Beter zou zijn om de Sanskrietterm “goeroe” te gebruiken. Een echte goeroe creëert een sfeer die een leerling brengt op een hogere bewustzijnsstroom. Hij of zij laat een leerling uiteindelijk ervaren dat de Waarheid boven het denken ligt. Yoga, zonder meditatie, zonder spirituele dimensie is volgens mijn gevoel dan ook geen Yoga. Naar mijn gevoel is het dan ook niet mogelijk om Yoga op een westerse, schoolse manier te geven, maar alleen “aan de voeten van de meester”, met een kussentje op de grond, luisterend en oefenend.

“Zo dom of zo wijs als een koe!”

Hierop aansluitend, namelijk dat de waarheid boven het denken te vinden is, een verhaal van Svetaketu, die als jongen door zijn vader naar een goeroe is gestuurd om de Veda’s te leren. Op een gegeven moment had hij bij zijn goeroe niets meer te leren. Hij werd alom geëerd als de beste kenner van de Veda’s en keerde vol trots en met een opgepoetst ego terug naar het dorp van zijn vader. Diep was zijn teleurstelling dat zijn vader helemaal niet trots was op hem. Hij werd weer teruggestuurd naar die goeroe om te “leren wat niet geleerd kan worden”. Deze goeroe stuurde hem met 200 koeien het bos in. Hij mocht pas terug komen als die kudde was uitgegroeid tot 1000 stuks. Tijdens die jaren in het bos vergat hij te denken, vergat hij het verleden en de toekomst. Hij leefde met de dag en vergat zelfs terug te gaan toen de kudde was uitgegroeid tot 1000 stuks. De koeien moesten hem daarop attenderen. Uiteindelijk keerde hij terug naar de goeroe. Deze zag hem uit de verte al aangekomen. Tegen de dorpelingen zei de goeroe: “Kijk er komen duizend-en-één koeien aan”. Svetaketu was zo stil geworden, zo egoloos, dat hij als één van hen was geworden. Svetaketu begroette zijn goeroe met het namaste-teken. De goeroe vroeg hem waarom hij was teruggekomen. “Alleen om mijn respect te betuigen, uw voeten aan te raken en dankbaarheid te tonen”: zei Svetaketu. “Het is mij overkomen en het heeft mij geleerd wat niet geleerd kan worden”.

Het symbool van de koe heeft voor het westen een heel andere betekenis. In het westen kent men de uitspraak: “Hij is zo dom als een koe”. In India is de koe heilig. Een koe heeft een tegenovergestelde betekenis. Het staat voor alwetendheid. De koe is het symbool van God die iedereen in de kosmos voedt en in ieder mens aanwezig is.

“Licht van onze ego doven!”

Dit verhaal herinnert mij aan een ander fenomeen, dat ik onlangs zelf heb ervaren, toen ik in Engeland in Moretone was om een multidisciplinaire training te geven aan de Officieren van Dienst van de Politie in geval van politieoptreden bij rampen, gijzeling, brand en bomexplosies en dergelijke. Ik probeerde s’avonds vanuit mijn kamer naar buiten te kijken, maar ik zag ik niets. Tot dat ik het licht uit deed en de prachtige sterrenhemel en een schitterende maan kon zien. Kort daarna las ik in het boek “Mijn geliefde India” van Osho, waarin dat zelfde verschijnsel werd genoemd, met de volgende oosterse verklaring. “Als we in staat zijn om het licht van onze ego uit te doven, dan zullen we de schoonheid van ons zelf en dus ook van Yoga zien”. Patanjali duidt hier ook aanvullend op als hij in één van zijn sutras van hoofdstuk 4 zegt (met eigen woorden): “Er zijn verschillende levenspaden mogelijk. De omstandigheden bepalen welke weg je bewandeld. Toch kun je eindeloos verdwalen in die zoektocht naar de Waarheid, omdat al die omstandigheden de werkelijke oorzaak van je verwarring niet wegneemt. Deze werkelijke oorzaak is je ego, de dictator over je denken”. Ook hier krijgen we weer te maken met verschillen in beleving, tussen het oosten en westen. Het licht van onze ego doven wordt in het westen gezien als een soort karaktermoord. Als je je ego dooft dan word je als mens gereduceerd tot één of andere zombie.

“Het spel met de ego’s”

Volgens mijn overtuiging zijn leermeesters als Jezus, Krishna of Patanjali egoloos, nederig en bescheiden geweest. Voor mij zijn ze boven hun denken uitgestegen en beslist geen domme koeien of zombies, maar grote universele leermeesters. Zij delen hun hogere kennis zonder zich eigenaar te noemen van deze kennis. Zij wisten tot in zijn haarvaten hoe de psyche (lees ego) van de mens in elkaar zit. Via de Yogasutras bijvoorbeeld speelt Patanjali met onze ego’s en schudt hij ons steeds weer wakker. Krisna speelde als kleine jongen vaak de nar, een soort Tuyl Uilenspiegel, tot wanhoop van zijn moeder. Jezus daagt de Farizeeën uit en brengt ze uiteindelijk tot besluit hem maar van het toneel te laten verdwijnen. Daarom vind ik hen zo verschrikkelijk boeiend. Als Patanjali mij soms ziet worstelen met Yoga (lees ego), dan zie ik hem, met pretogen, zittend in de schaduw van een mooie boom, vriendelijk, maar bescheiden naar mij glimlachen…

“Groeiproces in de Yoga”

In dat verband het volgende. Als we kijken naar de opbouw van de Yoga-sutras van Patanjali, dan valt mij iets opmerkelijks op. Patanjali begint met het “Pad van Contemplatie” (Samadhi Pada), vervolgens met het “Pad van Oefening”( Sadhana Pada), daarna met het “Pad van Vermogen” (Vibhuti Pada). Hij eindigt ten slotte met het “Pad van Bevrijding” (Kavailya Pada). De oude, wijze leermeester neemt ons uiterst slim mee in een mooi groeiproces van loslaten van mijn ego. Eigenlijk gebeurt er meer. Door beoefening van Yoga wordt je steeds bewuster van je Zijn. Er is geen sprake meer van het “onderbewuste doen of laten”. Zelfs je angsten, je trauma’s, je vervelende ervaringen, die door je ego zijn weggestopt naar de onderlaag van je psyche, komen aan de oppervlakte en verdampen, net zoals bij kokend water. Misschien is dat wel de reden als ik zeg: “Hoe meer ik weet, hoe meer ik er achter kom dat ik niet weet of hoe meer ik mijn eigen onbekwaamheid ervaar”. Al je zwakheden worden namelijk manifest, komen aan de oppervlakte en je kunt er niet of nauwelijks meer omheen. De vraag komt dan soms bij me op: “Wil ik eigenlijk wel alles van mij zelf (lees ego) weten”.

Dit groeiproces in Yoga heb ik als volgt een plaats gegeven:

  1. Toen ik met Yoga begon was ik onbewust onbekwaam (van contemplatie had ik geen kaas gegeten).
  2. Daarna werd ik bewust onbekwaam (door te oefenen kom je er achter dat je nog veel te leren hebt)
  3. Vervolgens bewust bekwaam (door beoefenen van Yoga krijg je meer inzicht in je zelf en daardoor vermogens).
  4. Andere mensen zullen nu misschien zeggen dat ik op sommige momenten onbewust bekwaam geworden ben (bevrijding), hoewel ik dit zelf vaak betwijfel.

Ik zal proberen dit groeiproces uit te leggen. Let op het woord groeiproces. In een rijdende trein merk je niet dat je vooruit komt. Ik stap dus in mijn betoog even uit die rijdende trein van het leven en sta stil bij die veranderingen die door Yoga, bij mij in ieder geval nog steeds, te weeg brengt. Ik wil jullie ook laten ervaren dat het in feite een spel is met je ego (je lagere ik) en hoe Patanjali, maar ook andere echte goeroes daar op een geniale wijze gebruik van maken.

“Bewust onbekwaam”

In het eerste hoofdstuk over het Pad van Contemplatie (Samadhi Pada) laat Patanjali, nadat hij een omschrijving geeft wat Yoga in essentie inhoudt, mij kennis maken met het hoogste bewustzijnsniveau, dat je kunt behalen in de Yoga, namelijk contemplatie. Nadat hij uitlegt wat Yoga is, namelijk (vrij vertaald) “het stilleggen van al je gedachten” (Yoga Citta Vrtti Nirodha), laat hij mij kennis maken met de Allerhoogste Bestuurder (Isvara). Ook zegt hij hoe je in contact kan komen met dit “Hoogste Niet Te Bevatten Fenomeen”, namelijk slechts door meditatie. Vervolgens legt hij uit wat de essentie is van alle vormen van meditatie en met welk doel de mensheid op aarde is, namelijk om ervaring op te doen van pijn en geluk.

Probeer eens in te voelen wat Patanjali met je doet. Je begint met Yoga en je bent “onbewust onbekwaam”. Vervolgens streelt hij je ego door je te laten doorschemeren dat iedereen dat hoogste bewustzijnsniveau van Yoga zou kunnen behalen. De vraag die dan onmiddellijk kan opkomen is, zou dit ook niet op een andere manier kunnen of mag ik zo aanmatigend zijn om te denken dat ik dat hoogste niveau van “eenwording met God” wel zou kunnen halen. Los daarvan. Kortom je wordt in hoofdstuk 1 door Patanjali als Yogabeoefenaar “bewust onbekwaam” gemaakt…

“Bewust bekwaam”

Met dat gevoel van “bewust-onbekwaam-zijn”, begin je vol goede moed en met een gezonde dosis ambitie en aspiratie aan het tweede hoofdstuk, het “Pad van Beoefening (Sadhana Pada). Je voelt je ten slotte één van de weinig uitverkorenen, die de top van Yoga mag bereiken! “Begin met discipline, maak een studie van je zelf en geef je volledig over aan de Allerhoogste Bestuurder” (tapas, svadhyaya, isvara pranidhana). In feite is dat zijn simpel, maar achteraf zo moeilijk te verwezenlijken advies. Hierna geeft hij op fantastische wijze uitleg waarom je al de ellende in je leven zult moeten ervaren (klesas). In mijn eigen woorden zegt hij: “Je weet geen klap, je ben op je ego gericht, je wilt het liefst alles je zelf toe eigenen, met hand en tand probeer je dit bezit tegenover iedereen te verdedigen en uit eindelijk leef je met een complex van angsten, omdat je bang bent te sterven en je al je eigendommen (lees geld, gezin, familie, yogaschool e.d.) weer te moeten verliezen”. Ongezouten kritiek dus op de mens, maar ook op jezelf als leerling, zeker pijnlijk voor je ego.

“Investeren in geestelijk welzijn”

Ik moet bekennen dat Patanjali een slimmerik is. Wat doet hij namelijk. Hij zegt in feite in hoofdstuk 2 (weer in eigen woorden) “Wees je bewust van de belangrijkste normen en waarden in het leven, oefen je zelf daarin en als je dat volledig lukt, dan zul je succes oogsten”. Maar, zegt hij met zoveel woorden: “Besef wel, dat alles wat je in dit leven krijgt, je als een soort geschenk uit de hemel in bruikleen hebt gekregen. Investeer dus vooral in je geestelijk welzijn, in plaats van in het materiële welzijn”. Een uiterst lastige oefening, weet ik uit eigen ervaring. Ik moet hard werken voor mijn boterham en ik denk, als ik eerlijk ben, dat ik moeite zal krijgen om op bijstandsniveau te leven. Ik werk voor de kost om mijn gezin te onderhouden en bedrijf Yoga er naast, als een uit de hand gelopen hobby. Met beide benen sta ik in de dynamiek van het leven, met de Yoga gelukkig als puur noodzakelijke rustpunten, die ik mag ervaren, samen met mijn yogavrienden en vriendinnen. Na afloop van ieder Yogales dank ik hen dan ook met het namaste-teken voor het geschenk van rust dat ik met hen heb mogen ervaren. Eerlijk gezegd heb ik hen dus heel hard nodig om zelf te kunnen groeien…

Ik ben dan ook onze lieve Heer volstrekt dankbaar dat ik van Hem de gelegenheid krijg om Yogales te geven en via mijn vrienden weer te mogen ontvangen. Een unieke wisselwerking.

“Lessen uit je leven accepteren”

Maar…, probeer maar eens in te voelen, wat er met je gebeurt. Patanjali zet je op het gevoelsfenomeen van “bewuste bekwaamheid”. Je houd je bewust aan de oefeningen, je geeft bewust Yogales om te groeien en… je verkrampt. Voor dat je het weet ruil je oude dogma’s vanuit je westerse opvoeding in voor nieuwe dogma’s vanuit de oosterse wijsheid.

Die bewuste bekwaamheid zie je bijvoorbeeld ook terug in het fanatiek beoefenen van de fysieke houdingen. Je richt je op het perfect uitvoeren van de fysieke handelingen, op het verkrijgen van een gezond lichaam in de verwachting, dat die gezonde geest dan wel van zelf zal komen (Hatha Yoga). Je maakt onderscheid tussen dit mag ik wel, maar dat mag ik niet eten, drinken, etc. je neemt je voor je kinderen op te voeden in de geestelijke, spirituele waarde en noem maar op.

Naar mijn mening is het “Pad van Oefenen” (zie hoofdstuk 2 van Patanjali), echt buffelen, een proces van vallen en op staan. Drie pasjes vooruit en weer twee achteruit. Zoals kinderen, tien keer de neus moeten stoten, tegen het advies van hun ouders in, en dan uiteindelijk na jaren zullen ze hopelijk zeggen: “Die Ouwe (lees hier je vader, je moeder of Patanjali) had toch wel gelijk”. Toch zit aan die worsteling zeker ook mooie kanten in termen van groei. Door ervaring wijs geworden, ga je dingen anders zien en ga je andere dimensies in het leven ervaren. “Je gaat de lessen uit je leven accepteren” (zie de titel van stukje over SYN in TvY).

“Ontspannen in de inspanning”

Als je ouder wordt en je de “onbekwaamheden” vele malen hebt ervaren, ga je automatisch meer zoeken naar de essentie van iedere Yogaoefening, bij het uitvoeren van houdingen bijvoorbeeld probeer je te “ontspannen in de inspanning”. Je zoekt naar die houdingen die je gedurende langere tijd kunt volhouden en meditatief kunt uitvoeren. Houdingen ga je uitvoeren als een dans, waarbij je (net als een goddelijke scheppingsdaad van Siva of de dans van Krishna) de ene vorm over laat gaan in de andere en deze weer vernietigd. Je probeert de inzichten uit de Yoga ook praktisch toe te passen op je werk, zonder het te benoemen. Zeker in mijn werk bij de politie, als verandermanager, geeft dit je extra bagage. Gelukkig komt er dus iets anders, iets mooiers aan de oppervlakte, namelijk dat je in de uiterlijke inspanning (ook in je leven), toch geestelijk kunt blijven ontspannen. En de bagage die je door inzichten in Yoga hebt verkregen ook praktisch kunt vertalen.

De filosofie achter de Hatha Yoga en de sutra (II.1) “Tapas, svadhyaya, isvarapranidhana kriya yoga” krijgt dan opeens werkelijke betekenis als voorbereidende Yoga, namelijk Yoga is hard werken aan je zelf, confronterend en zal met overgave beoefend moeten worden. Dat kost je wel energie kan ik uit ervaring zeggen.

“Yogis zijn slim”

Dat brengt me op een volgend punt, namelijk dat Yoga beoefenen veel energie en tijd kost.

Heel slim brengt die oude wijze Patanjali ons, na beoefening van de houdingen (asanas), daarna bij de echte “Energiebeheersing” (pranayama). Vrij vertaald betekent dit: “Met zo weinig mogelijk energie, het maximale rendement behalen”. Ik hoor Patanjali zo zeggen, “Echte Yogis zijn slim en doen niet aan energieverspilling”. Anders gezegd: “Doe op het juiste moment de juiste dingen”. Hij hoopt natuurlijk dat je door Yogabeoefening als persoon (lees ego) zoveel invoelingsvermogen hebt gekregen dat je echt kunt voelen en waarnemen, dat je met je energie kunt spelen en dat je iets waardevols of zuivers kunt scheppen als de omstandigheden daar rijp voor zijn…Daarna zegt hij (in mijn eigen woorden): “Als je een beetje slimmer bent geworden, wees dan eens meer bewust van je zintuigen (pratyahara)”. Ja, dat is even schrikken en lastig; en alles wat lastig is (zeg nu eerlijk), dan heb je de neiging om dat maar slim over te slaan. Moet je maar eens opletten (en dit kan geen toeval zijn) hoe weinig concrete oefeningen er in de Yoga zijn om je zintuigen te oefenen. Patanjali niet voor een gat te vangen zegt dan: “Vooral blijven oefenen”. Het aparte is dat in het groeiproces van “bewust onvermogend”, naar “bewust vermogend”, er gelukkigerwijs momenten zijn, dat je het stadium van “onbewust vermogend” als een “Godsgeschenk” mag ervaren.

“Ondefinieerbaar gevoel”

Dat “Godsgeschenk” is dat ondefinieerbaar gevoel, in het Sanskriet “Dhyan” genoemd, dat je overkomt, als je een tijd in meditatie of contemplatie hebt gezeten en je weer terugkomt, dus weer met beide benen (lees ego) op de grond staat. Een overweldigende, maar tegelijkertijd ook een niet te omschrijven ervaring, die je stil maakt en je ego in verwarring brengt. Probeer dat gevoel maar eens aan godvrezende mensen uit te leggen. Het woord “meditatie” wordt door velen heel anders beleefd. Ze begrijpen het woord “bidden”, maar als je zegt dat meditatie voorbij het denken gaat, een gevoel van gestorven zijn en weer opnieuw geboren worden, van volstrekte ongehechtheid aan dit aardse leven, van een ten hemel gaan (zie het verhaal van Jezus), dan haken ze acuut af en verwijzen je (waarschijnlijk in hun gedachten naar het gekkenhuis, de hel of de satan). Voor hen heeft het “verhaal van Jezus” een volstrekt andere betekenis. Voor hen heeft het woord “gehechtheid aan het leven” (of affectie) meer te maken met liefde voor het gezin, als een fundament van de samenleving. Laat staan als je zegt dat je zelfs dát gevoel van affectie uiteindelijk (als ego) zal moeten loslaten…

“Bewuste bekwaamheid”

Na een zekere mate van beheersing van de zintuigen zijn we, volgens de opbouw van Patanjali, rijp om Hogere Yoga te beoefenen, op het zogeheten “Pad van Vermogens” (hoofdstuk 3: Vibhuti Pada). Maar pas op… Patanjali maakt je eerst lekker met al die vermogens, die je door Yoga kunt verwerven en pakt je dan als leerling bij de oren en zet je in de hoek van de klas. “Al die vermogens zijn valkuilen voor niet oplettende leerlingen”, hoor ik hem zo zeggen. Als je de laatste drie stappen in Yoga, tot op een bepaald niveau kunt uitvoeren (dharana, dhyana, samadhi of liever gezegd samyama) en je het vermogen krijgt om in te voelen (paranimas) of zaken of situaties kunt transformeren en van daaruit karmaloos kunt handelen, dan levert die bekwaamheid in Yoga je de “echte shiddis” op. Dat wil zeggen als je in staat bent om op alle drie bewustzijnsniveaus (fysiek, subtiel en causaal) je leven te beheersen in de dynamiek van ons moderne bestaan.

“Gedeelte smart is halve smart”

Deze vermogens betekenen dus dat je niet alleen je lichaam, je energie, maar ook je zintuigen en vooral je geest (lees je ego) onder controle moet hebben. Weer uit eigen ervaring, maar misschien deel ik dat ook met jullie. In deze hectische samenleving, een ware “hell of a job”, dat kan ik jullie persoonlijk wel verklappen. Ik prijs me dan ook gelukkig dat ik Jezus in het Nieuwe Testament (maar ook vele Yogavrienden) zie worstelen met die beheersing tot op alle niveaus. Jezus ontsteekt immers in woede en slaat de kooplui van het tempelplein weg. Hij is in en in teleurgesteld als zijn discipelen hem in steek laten, etc. Heel menselijke reacties…

“Onbewuste bekwaamheid”

Gelukkig biedt Patanjali, als Oosterse wetenschapper, in het laatste hoofdstuk de goedwillende leerling in Yoga het perspectief van “Bevrijding”(Kalvalya Pada), nadat hij tussendoor even een paar sutras (lees academische lesjes) heeft gegeven in een aantal belangrijke fenomenen in de natuur op aarde en in de kosmos, zoals het fenomeen “tijd”, “de hiërarchie in ons zonnestelsel” en dergelijke.

“Koesteren van onze onvermogens”

Dan komt het mooiste van alles… Uit zijn sutras (en ook uit de Upanishad) kun je afleiden dat het fenomeen “bevrijding” slechts een spel is van je ego, want als je echt wilt en het is je allerliefste en hoogste wens, dan kun je op dát zelfde moment de bevrijding bereiken. Terug naar af dus… Waar blijf ik met al mijn gekoesterde bekwaamheid. “Is het dus niet zo lieve Yogavrienden dat we eigenlijk vaak onbewust ons onvermogen koesteren!” Ik hoor het die Ouwe Patanjali zo zeggen.

“In het zweet des aanschijns”

Ik kom nu aan het slot van mijn betoog.

Er zijn kennelijk vele levens en ervaringen nodig om echt en volledig tot het ware besef van “bevrijding” te komen en dit ook te realiseren. Dus het licht van je ego definitief in jezelf te doven, zodat je de ware schoonheid kan ontdekken van het Zelf en van Yoga. De mens moet (en dat is mijn overtuiging) onomkeerbaar door het moeizame groeiproces naar onbewuste onbekwaamheid (lees egoloos) zoals mijn Judoleraar, Jezus, Boeddha, Krishna, Patanjali en vele andere grote Leermeesters. “In het zweet des aanschijns zullen we de Yoga-staat weer moeten terug verdienen” staat met zo veel woorden in het Oude Testament geschreven. Dat is de opdracht die we volgens de bijbel als mens hebben meegekregen.

“SYN, een bescheiden eerste stap”

Het hiervoor geschetste groeiproces naar echte bekwaamheid kunnen we, zonder daar dieper op in te gaan, ook loslaten op de samenwerking tussen alle Yogadocenten in Nederland. Terug naar die rijdende trein. In een rijdende trein voel je niet dat je vooruitkomt. Even een terugblik. Het begon allemaal in 1984 toen Ajita met de Raja Yoga in Nederland startte. Een moment om met alle respect en dankbaarheid aan Ajita naar terug te kijken. Diverse afgestudeerde Yogadocenten hebben in de loop der jaren hun eigen school opgericht en de spirituele kennis van de Raja Yoga in Nederland ieder op zich en op eigen wijze uitgedragen en verspreid. Nu in 2004 (20 jaar later) is de Vereniging SYN een feit en kunnen we onze vermogens gaan bundelen. Een bescheiden eerste stap op het Pad van Onvermogen.

“Lotus als symbool”

Het symbool van SYN is prachtig, die lotus is vol betekenis voor de Yoga, omdat deze zegt dat je in de wereld moet leven, maar er onberoerd door moet blijven. Je moet in de wereld zijn, maar de wereld moet jou niet in een greep houden. De lotus is daarom een symbool van het spirituele leven. Niet geroerd door het water groeit deze plant en transformeert modder tot een mooie, geurige bloem. Een symbool dat uitstijgt boven ons denken, een verbinding op de goddelijke bewustzijnstroom van alle Yogis in hemel en op aarde. Een wilde, welriekende bloem, die drijft op het water van onze geest, zonder dat het de geest beroert. Een stille getuige van de gevoelens die door SYN tot expressie wordt gebracht.

“In stilte gesproken”

Dit brengt mij op een verhaal over Boeddha. Hij hield zeer veel lezingen voor zijn leerlingen. Tot op een dag hij alleen maar een lotus op een stok omhoog hield en niet meer sprak. Na enige uren en dagen verbrak hij de stilte en zei: “Dit was mijn lezing”, “Ik heb in stilte gesproken” en trok toen verder. Er was maar één leerling die hem begreep. Dat was: “Mahakashyapa”, de opvolger van Boeddha, grondlegger van ZEN (dhyan). De rest van zijn leerlingen waren compleet in verwarring. Eigenlijk had ik dus alleen ons symbool van SYN hoeven te laten zien voor mijn lezing, zie hier een staaltje van mijn onvermogen.

“Innige wens”

We hebben voor SYN de missie en doelstellingen vanuit dit symbool vastgesteld. Qua richtlijnen (meer een streven) conformeren we ons aan die van de International Yoga Association. De organisatiegraad en de drempels om lid te worden van SYN zijn bewust laag gehouden. De eerste landelijke contactdag is georganiseerd. Wij, als initiatiefnemers, zijn er ons van bewust dat SYN nog een lange weg heeft te gaan. Ik spreek daarom ten slotte de innige wens uit: “Moge SYN (en al haar leden en toekomstige leden) in alle nederigheid en bescheidenheid groeien op het egoloze Pad van Onvermogen en uitstijgen boven het denken. Terecht mag komen op het niveau waar het ongekende gekend en ingevoeld wordt”…

Als laatste nog

Ik heb een aantal gevoelens of belevingen met jullie gedeeld. Een persoonlijke beschouwing met een knipoog naar Jezus en naar Patanjali, de vader van de Raja Yoga. Ieder van jullie zullen wellicht ook dergelijke ervaringen hebben gehad of onderdelen daarvan herkennen. Vaak is het moeilijk ervaringen te delen met je omgeving gewoon weg om dat ze het niet begrijpen. Vandaar dat ik mij gelukkig voel dat we nu een platform hebben waar we als Yogadocenten onze ervaringen kunnen delen. Ik hoop dat die Ouwe Patanjali tegen ons allen zal zeggen: “Goed gedaan Yogadocenten in Nederland”… Volgens mij mogen ons toch wel een beetje trots voelen of hebben we nu last van onze ego’s!

Namaste,
Om shanti, shanti, shanti.

Klaas Stuive
(Yogabrahmacharya)

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws