Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Hoogmoed komt ten val

Toegevoegd op 30-11-1999

‘Het zijn sterke benen die de weelde dragen’ is een oude wijsheid. Een andere wijsheid is dat ‘hoogmoed altijd ten val komt’. De verleiding is erg groot dat als je macht krijgt, hoogmoedig wordt en je deze macht gaat misbruiken. Dit verhaaltje gaat hier over.

Er was eens een man die woonde in een hutje in het oerwoud. Hij deed de hele dag niets anders dan bidden en mediteren. Hij was een volgeling van de Heer Siva, de beschermheilige van de Yogi’s. Op een keer zat hij zo diep en lang in meditatie verzonken, dat hij niet merkte dat een mierenkolonie een nest om hem heen had gebouwd. Op het laatst was er niets meer van deze man te zien, enkel nog een mierenhoop. De Heer Siva was zeer onder de indruk van een dergelijke toewijding aan hem. Hij ging naar de mierenhoop toe en liet de Yogi daaruit te voorschijn komen. De Yogi ontwaakte uit zijn meditatie, stond op, schudde de aarde en de mieren van zich af en maakte een diepe buiging voor de Heer Siva.

‘Het is goed zo’, sprak Siva, ‘nog nooit heb ik een dergelijk intense toewijding gezien en als dank mag je twee wensen doen’.

Hoewel hij heel erg toegewijd was, bleek zijn ego toch sterker te zijn dan zijn Ziel. De man antwoordde dan ook egoïstisch: ‘Als dat zo is dan wens ik het volgende. Ten eerste: Ik wil de machtigste heerser van de aarde zijn die als een god door iedereen aanbeden wordt.' Ten tweede: ‘ik wil dat geen god, mens of dier mij ooit zal kunnen doden’.

De Heer Siva bemerkte dat het ego van de man wakker was geworden. Hij had beloofd de wens van de man te vervullen en moest zich aan zijn woord houden. De heer Siva vroeg daarom hulp van de god Vishnu om deze situatie terug te draaien. En zo gebeurde het. Intussen was de man een machtige koning geworden. Alle mensen vereerden hem als een grote koning, maar als ze weigerden, werden ze meteen doodgemaakt. De vurigste aanbidder was zijn eigen zus, een heks, maar zijn oudste zoon moest niets van deze waanzin van zijn vader hebben. Hij vereerde namelijk de god Vishnu en bleef dat doen, ondanks de dreigementen van zijn vader en zijn tante. Zijn zoon bleef hardnekkig weigeren hem meer eerbied te tonen dan het gebruikelijke respect dat een zoon voor zijn vader moet hebben.

Op een dag had de koning er schoon genoeg van. Hij gaf zijn lijfwachten bevel zijn zoon te gaan halen. Toen deze aan hem werd voorgeleid, sprak hij: ‘Ik ben nu de absolute heerser op aarde, nog machtiger dan de machtigste koning. Iedereen vereert mij, iedereen behalve jij. Spreek op, wat is hier de reden van?’ Zijn zoon antwoordde: ‘Al die mensen die u verafgoden doen dat alleen omdat ze bang zijn voor u en de enige beloning voor hun devotie is angst. De god die ik aanbid schenkt vertrouwen, hij is de weg die tot het ware geluk leidt’. De koning was woedend. Hij schreeuwde naar zijn lijfwachten: ‘Hak die ondankbare vlegel aan stukken’. Gelukkig liet Vishnu zijn macht zien en beschermde de zoon. Toen de lijfwachten met hun scherpe zwaarden op de jongen begonnen in te slaan en hem verwonde, trok de wond onmiddellijk weer dicht en alsof er niets gebeurd was! Hij liet daarom zijn zoon vastbinden en in een kuil gooien, vol met giftige slangen. Maar elke keer als één van de slangen de zoon beet, braken hun tanden af. Nu werd zijn zoon naar de hoogste toren van het paleis gesleept. Van het hoogste topje smeet men hem naar beneden en met een smak viel hij op de grond. Ongedeerd stond hij echter weer op!

De koning was nu uitzinnig van woede. Hij riep zijn zuster, de heks bij zich. ‘Ik zal een groot vuur maken. Jij moet daar in gaan zitten met die jongen op je schoot. Door jouw toverkracht zullen de vlammen je niet deren en zal alleen hij verbranden’, zei hij tegen zijn zuster. Zijn dienaren bouwden een grote brandstapel, waarop de heks met zijn zoon op schoot plaatsnam. Ze staken de brandstapel aan en in korte tijd stonden beide in lichter laaie. Na enige tijd begon het vuur te doven. En wie zat daar vredig op de gloeiende kolen? Zijn zoon! Van zijn zus was niet veel meer over dan een hoopje as.

Opeens klonk er een luid gebrul. Uit één van de pilaren van het paleis was een wezen gesprongen die voor de ene helft mens was en voor de andere helft leeuw. Het was de god Vishnu zelf in deze gedaante. Hij had in deze gedaante noch de vorm van een god, noch die van een mens, noch die van een dier. Daarom kon hij de koning doden. Zijn zoon volgde hem op en werd een wijze koning. En zo zie je dat hoogmoed uiteindelijk altijd ten val komt.