Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Prajna Upanishad

Toegevoegd op 30-11-1999

Onderstaand artikel is een toelichting gebruikt voor een lezing over de Prajna Upanishad door Klaas Stuive (Sri Yogabrahmacharya) in 1996.

 

Prajna Upanishad

Het woord Prajna betekent: vraag. De inhoud van deze Upanishad behandelt zes essentiële vragen met hun antwoorden over de oerbron en oorzaak van ons leven, vandaar die naam. Zes leerlingen van koninklijke afkomst zijn geïnteresseerd in kennis over de Allerhoogste (Brahman). Zij gaan naar de Ashram van Sage Pippalada en vragen hem om hun spirituele verwarring daarover weg te nemen. De naam van deze Sage is afgeleid van de Bodhi-boom waar hij na de dood van zijn ouders als vondeling is achtergelaten. Onder een dergelijke boom heeft Boeddha de bevrijding (Nirvana) gekregen. Het aparte is dat Pippalade hen vraagt eerst een vol jaar in zijn Ashram te blijven als Brahmacharya en een jaar lang op hun vragen te mediteren. Brahmacharya is één van de vier fasen in het leven. Tussen 14 en 21 jaar verbleven jonge mensen vroeger in India in een Ashram en kregen daar (esoterisch) onderwijs van een Guru. De achtergrond van zijn handelswijze is dat hun geest eerst ontvankelijk moet worden om die hogere kennis ook te kunnen begrijpen, want Ware Kennis ligt boven het verstand. Je kunt die hogere kennis enkel ervaren in een staat van bovenbewustzijn die we kunnen bereiken door constante beoefening van meditatie. Vandaar hun verblijf in de Ashram. De antwoorden die door Pippalada uiteindelijk worden gegeven, getuigen van diep inzicht in de mysterie achter deze wereld en over het ontstaan van leven. Stapsgewijs geeft hij daar duidelijkheid in.

De vragen met hun antwoorden

  1. Wie is de bron of oorzaak van deze wereld?
    Deze vraag gaat over de bron van het universum. Pippalada zegt dat dit Prana is. Hij zegt daarover dat uit de subtiele en grove vormen van energie de wereld tot manifestatie is gekomen. Prana bevat de vitale levenskracht. Deze levenskracht komt terecht in het voedsel dat we eten en het voedsel produceert zemen (sperma) en uit zemen (sperma) worden de mensen geboren. Hij geeft dus uitleg over de natuurlijke cyclus van Prana.
  2. Uit hoeveel goddelijke elementen bestaat het lichaam en welke is de voornaamste?
    Deze vraag gaat over de vitale levensenergie (Prana) in relatie tot de zintuigen e.d. Pippalada gebruikt als antwoord een beeldspraak en zegt dat de elementen: ether, lucht, vuur, water, aarde, spraak, verstand, oog en oor zich allemaal de belangrijkste voelden om het lichaam in stand te houden. Hij vertelt dat Prana gezien moet worden als de koningin-bij die door alle werkbijen wordt gevolgd. Zonder Prana kunnen de andere elementen in het lichaam niet functioneren.
  3. Waaruit is Prana ontstaan?. Hoe komt het in het lichaam, hoe verlaat deze het lichaam, hoe ondersteunt deze de uiterlijke en innerlijke wereld?
    Deze vraag gaat over het functioneren van vitale levensenergie.Pippalada antwoordt dat de oorsprong van Prana het sublieme Zelf (Atman) is. Prana komt in het lichaam door de kracht van Atman. Deze kracht verdeelt zich in vijf vormen: Apana, Samana, Prana, Udana en Vyana en zij voeren verschillende functies uit, waardoor we kunnen ruiken, proeven, voelen, horen, denken, etc.
  4. Welke elementen in menselijke wezens slapen eigenlijk? Welke zijn wakker als we slapen? Welke ziet de dromen en voelt zaligheid. Waar keren die elementen naar terug aan het einde van het leven?
    Deze vraag is gerelateerd aan de droomwereld van een slapend persoon. Pippalada geeft het volgende antwoord. Zoals alle zonnestralen terugkeren naar de zon, zo zullen alle zintuigen e.d. van de mens terugkeren naar de Meester van onze geest. Echter de elementen blijven wakker. Degene die de droom ziet, is de geest en in de diepe slaap verdwijnt de geest in de sublieme Werkelijkheid van Brahman. In dat laatste stadium van de elementen, voelt het Zelf enkel zaligheid en harmonie.
  5. Wat zijn de resultaten van iemand die op de heilige Mantra AUM mediteert bij zijn dood?  
    Deze Mantra is de eerste scheppingsklank in het universum, waardoor de werelden tot manifestatie zijn gekomen. Pippalada antwoord dat de oerklank AUM de sublieme Werkelijkheid aangeeft van Brahman en dat degene die daar op mediteert op zal gaan in Brahman.
  6. Wie is de persoon met de 16 goddelijke eigenschappen?
    Die goddelijke eigenschappen worden Tattvas genoemd. Pippalada antwoordt dat die ‘persoon’ het goddelijk Bewustzijn (Purusha) is, dat zegt: ‘Zo ver als ik weet is Brahman de allerhoogste, er is niets dat hoger is dan DAT? Brahman is de bron van alle goddelijke eigenschappen, dus ook van Prana en Atman.