Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Vertrouwen - lezing door Klaas Stuive

Toegevoegd op 30-11-1999

Lezing door Klaas Stuive tijdens landelijke contactdag van SYN op zondag 3 april 2011 in Nieuwegein.

Groeien in vertrouwen (Shraddha)

Lezing door Klaas Stuive tijdens landelijke contactdag van SYN op zondag 3 april 2011 in Nieuwegein. 
 

Inleiding

‘Vertrouwen’ kent vele dimensies en betekenissen. Het antoniem daarvan is ‘wantrouwen’. Meestal is vertrouwen gebaseerd op geloof dat het goed komt. Het geloof dat je op iemand kunt rekenen. Het geloof hebben in je partner, vriend of vriendin. Je kunt iemand in vertrouwen nemen. Iets belangrijks aan iemand toevertrouwen. Of: Je kunt té goed van vertrouwen zijn.

Er zijn ook gezegden, die slaan op het woord ‘vertrouwen’, zoals: 'Iemand vertrouwen op zijn blauwe (onschuldige) ogen'. 'Angst klopt aan de deur, vertrouwen doet open en niemand staat voor de deur'. Lao-Tse, een Chinees filosoof zegt: 'Vriendelijkheid in woorden, schept vertrouwen, vriendelijkheid in denken, schept diepzinnigheid, vriendelijkheid in geven, schept liefde'. Of:  'vertrouwen komt te voet en gaat heen te paard'. 'De vos die de passie preekt, boer pas op je kippen'. 'Al te goed is buurman’s gek'.

Vertrouwen kent dus veel invalshoeken! Je hebt vertrouwen in je zelf of in anderen. Als je geen vertrouwen hebt in je zelf (gebrek aan zelfvertrouwen), hoe kun je dan andere mensen vertrouwen? Maar de andere kant…, als je er op hebt vertrouwt dat het zwembad gemiddeld één meter diep is en je kunt niet zwemmen, dan kan dit vertrouwen je wel erg duur komen te staan!

Kernvraag nu is: wat is de betekenis van vertrouwen in de Yogafilosofie?       

Yogafilosofie

Vertrouwen in het Sanskriet betekent ‘Shraddha’. Dit woord kent de volgende toepassingen in de oude Indiase geschriften:

  1. Vertrouwen als een vereiste voor de Ziel om terug te keren naar de stoffelijke wereld (reïncarnatie). Mijn korte conclusie daaruit is dat we vertrouwen met onze geboorte hebben meegekegen;
  2. In vertrouwen offers brengen aan je overleden ouders of voorouders (Pitris). Mijn korte conclusie is dat het tonen van dankbaarheid aan je (voor)ouders je vertrouwen versterkt;
  3. Blind vertrouwen in Upanishads en Vedas. Mijn korte conclusie is dat we vanuit de geest van deze geschriften in vertrouwen moeten handelen en niet vanuit de letter;
  4. Vertrouwen dat Yoga ons uiteindelijk bevrijding (Moksha) zal schenken. Mijn korte conclusie is dat er naast de Yoga ook andere paden zijn die mensen vertrouwen geven, maar dat Yoga zeker ook een grote kans van slagen heeft, maar dan moeten we wel blijven oefenen!

Ik zal deze vier toepassingen van vertrouwen vanuit de theorie nader toelichten.

1. Vertrouwen als basis voor reïncarnatie

De eerste toepassing van ‘vertrouwen’ slaat op het verloop van de Ziel vanuit Chandra-loka (de maan) naar het planten-, dieren- en mensenrijk. Je kunt dit lezen in de Chhandogya Upanishad. De gedachten is dat zonder vertrouwen er geen sprake kan zijn van reïncarnatie of een goed leven op aarde.

Het verloop van reïncarnatie gaat (volgens Chhandogya Upanishad) samen met het brengen van een vijfvoudig meditatief offer (Panchagni Vidya). Dit gaat alsvolgt. De goden offeren Shraddha in het eerste vuur, waarna Soma (godendrank) wordt geproduceerd. Soma offert in het tweede vuur en dan ontstaat regen. Daarna offert de regen in het derde vuur en dit leidt tot plantaardig voedsel. Vervolgens offert het plantaardig voedsel in het vierde vuur en dat resulteert in sperma van de man. Ten slotte offert de man zijn sperma in de eicel van een vrouw en dat wordt gezien als het vijfde en laatste offer. Dit laatste (vijfde) offer resulteert dan uiteindelijk in de geboorte van een nakomeling.

Deze vijfvoudige opeenvolgende offervuren zijn dan: Shraddha, Soma, regen, voedsel, sperma met een mensenkind als resultaat. Bij de geboorte hebben we dus vertrouwen meegekregen. Shraddha (vertrouwen) vormt dan uiteindelijk de basis voor een liefdevolle gezindheid van de mens in combinatie met het geluk en tevredenheid. Een dergelijk mens zal dan ook andere mensen kunnen inspireren om het goede te doen.

2. Vertrouwen in (voor-)ouders, belang van offeren

De tweede toepassing van ‘vertrouwen’ slaat op de zielenheil van overleden (voor-)ouders. Dit gaat gepaard met het vertrouwen dat - als je (voor-)ouders het goed hebben in de hemel en door jouw offers gunstig gestemd worden - dit zijn gunstige weerslag heeft op je eigen leven.

In de oude Indiase geschriften neemt het brengen van offers (Yajna) een belangrijke plaats in de religieuze belevering van mensen. De Vedas spreken voornamelijk over het ritueel en fysiek offeren. Doel daarvan is de mensen op het spoor te brengen van geestelijk welzijn. De (jongere) Upanishads gaan verder. Zij leggen veel meer het accent op het geestelijk (innerlijk) of meditatief offeren, soms samen met het ritueel offeren. De bedoeling is om de offeraar in een meditatief proces te brengen, zodat hij leert om zijn ego als het ware (in het vijfvoudig vuur) te offeren en zo doende zich steeds meer te onthechten van aardse, tijdelijke zaken. Deze vorm van offeren wordt samengevat onder de naam Upasana of Vidya (devotionele meditatie samen met volkomen vertrouwen en daardoor inzicht krijgen in de essentie van ons leven). In de Brahma Sutras worden over deze vorm van meditatief offeren (Upasana of Vidya) vele paragrafen gewijd. In de Bhagavad Gita zegt Krishna dat je geestelijke gesteldheid afhangt van de mate van vertrouwen in God. Vertrouwen is dan drievoudig: in harmonie (Satva), sterk (Rajas), zwak (Tamas). Je leven wordt bepaald door vertrouwen. Zie Bhagavad Gita 17.1.

Hoofdstuk 17 van Bhagavad Gita 

Arjuna zei: 1. 1. Degenen, die offers brengen met Shraddha, wat is hun toestand, O Krishna? (Is it) Sattva, Rajas or Tamas? (Is het) Satva, Rajas of Tamas? De Gezegende Heer zei: 2. 2. Drievoudig is de Shraddha van de belichaamde, inherent aan hun aard, -de Sâtvika, de Râjasika en de Tâmasika. 3. 3. De Shraddha van elk is volgende hun natuurlijke aanleg, O telg van Bharata. De mens bestaat uit zijn Shraddha, hij is waarlijk wat zijn Shraddha is.

Krishna zegt hier dat de basis van je persoonlijkheid vertrouwen is en dat de mate van vertrouwen in je zelf bepaalt wie je bent. Er speelt hier nog iets anders op de achtergrond als je kijkt naar de essentie van brengen van ‘offers’ aan je (voor)ouders. Als je in staat bent om dankbaarheid te tonen aan je (voor) ouders dan versterkt dat je vertrouwen.

3. Vertrouwen in de heilige geschriften

Volgens de Upanishads en Vedas wordt vertrouwen (Shraddha) opgewekt door devotionele activiteiten na vele levens. Vertrouwen in de waarheid verwoord in de wijsheidsgeschriften is de derde invalshoel.

Brahma, Vishnu of Siva zijn nog Saguna Brahman, de hoogste entiteiten van alle schitterende godheden. Maar in de Vedanta spreekt men over vertrouwen in Nirguna Brahman. Zeg maar, enkel het vertrouwen in het allerhoogste Opperwezen telt. Deze filosofie heeft als basis Upasana Vidya: devotionele meditatie en/of het brengen van offers in volkomen overgave en vertrouwen. In feite wordt met Upasana Vidhya het offeren van onze ego bedoeld op alle bewustzijnsniveaus om uiteindelijk in opperste vertrouwen één te worden met Nirguna Brahman (de Allerhoogste) en daardoor bevrijding te verwerven.

Vertrouwen in de Upanishads en Vedas is gebaseerd op de “onfeilbaarheid” van deze heilige geschriften. Heilige geschriften te aanvaarden als “onfeilbaar” is voor de westerse mens lastig, omdat veel zaken in die geschriften niet erg aantrekkelijk lijken voor ons verstand, zeker niet als we alles letterlijk gaan oppakken. Daarom vinden de meeste mensen het makkelijker te accepteren dat Rishi's (levende Zielen) in hun contemplatie (Samadhi) en via intuïtief weten (Abhyasa) deze kennis en inzichten hebben verworven en daarop de Vedas en Upanishads componeerden. Hoe je het ook wendt of keert: ware kennis is en blijft bovenzintuiglijk.

Verhaal over Boeddha en overdracht van kennis.

Boeddha was eens in het veld met veel mensen die hem wilde horen spreken. Boeddha zat onder een schaduwrijke boom en spreidde zijn handen uit voor een zegen aan de mensen die voor hem kwamen. Daarna ging hij in meditatie. Deze duurde drie dagen! De mensen waren maar aan het wachten en sommige waren intussen met andere zaken bezig. Na de derde dag opende Boeddha zijn ogen en zegende de mensen die waren achtergebleven. Hij spraak enkel de volgende woorden: “Ik heb met u gesproken zonder woorden. Ga heen in vrede”.

We zullen dus de overgedragen kennis moeten geloven en vanuit onze eigen intuïtieve geest moeten interpreteren. Daarvoor zullen we dus in meditatie moeten aansluiten op het hogere bewustzijn (van Boeddha of Yogi). Verder (en dat is een belangrijk element) moet je vertrouwen hebben in je Yogaleraar. Yoga is een ervaringswetenschap. Maar ik geef daarbij altijd één advies: luister naar een leraar, die zegt het te weten, luister dan naar hem met respect, maar neem het pas als waarheid aan, als je het vanuit het innerlijk Zelf persoonlijk, intuïtief hebt ervaren.

Een ander element van Shraddha is het geloof in Isvara (God de Vader vanuit christelijke traditie) en je daarop volledig vertrouwen (Isvarapranidhana). Als je oprecht bent, zeggen de geschriften, dan kom je op een zeker moment onder de juiste leiding van Isvara te staan. Beter gezegd, dan kom je in de juiste stroom van je Dharma. Als je uit die stroom raakt, dan wordt je door je Karma weer teruggeworpen in die stroom. De ervaring daarbij is dat je uiteindelijk het vertrouwen krijgt in je zelf dat uiteindelijk alles zich weer ten goede keert.

Volgens de Bhagavad Gita komt vertrouwen voort uit Bhakti. Bhakti Yoga heeft alles te maken met het steeds in verbinding staan met je Goddelijk Wezen (Hier verpersoonlijkt in het figuur van Krishna). Vertrouwen wordt dan vertaald in ‘devotie’. Dit laatste element is gekoppeld aan het christelijk concept van vertrouwen, namelijk dat uiteindelijk alles leidt naar een geestelijke staat die we Bhakti noemen. In Bhakti worden alle emoties getransformeerd naar een hoger (goddelijk) bewustzijnsniveau. Bhakti leidt naar ‘onwankelbaar vertrouwen’ en dan naar Karma Yoga. ‘God’ (Krishna) wordt het object in alle handelingen. Alle handelingen worden verricht vanuit liefde zonder daar iets voor terug te verwachten. Zie Bhagavad Gita 12.1 t/m 3.

Hoofdstuk 12 van Bhagavad Gita  

1.        Sri Krishna! ‘Wie zijn de besten onder uw toegewijden?’ Vraagt Arjunea ‘Zijn het degenen die U trachten te kennen als een persoonlijk God of degenen die U als Onpersoonlijk en Onverwoestbaar aanbidden? 

2.        De gezegende Heer zei: ‘Diegenen die hun geest vast op Mij gevestigd hebben, die Mij altijd eren met onwankelbaar geloof en beoefening van Yoga (meditatie); dat zijn de allerbeste.

3.        Waarlijk, diegenen die de levenschenkende wijsheid liefhebben, zoals Ik hen geleerd heb, wier geloof nooit wankelt en die hun gehele natuur op Mij concentreren, die zijn Mij boven alles dierbaar.

In de Katha Upanishad staat een verhaal over onwankelbaar vertrouwen, namelijk het offeren van  een zoon aan God van de dood (Yama). Nachiketa was een jonge jongen. Hij werd geofferd door zijn vader aan Yama (God van de Dood) in een vlaag van woede. Hoe kon Nachiketa zo onverschrokken zijn in die confrontatie met de dood? De Upanishad zegt dat het was, omdat hij Shraddha of intens geloof of vertrouwen had ([1]).

Alles overziende voel ik enige weerstand bij het hebben van ‘blind vertrouwen’. Mijn mening is dat je moet handelen in de geest van de oude geschriften en niet in de letter. Om de essentie van het geschreven woord aan te voelen en op een juiste manier te kunnen interpreteren, daar zit de moeilijkheid.

4. Vertrouwen in Yoga als middel tot bevrijding

De vierde toepassing van vertrouwen spreekt mij persoonlijk erg aan, namelijkShraddha kun je effectief ontwikkelen door klassieke Yoga. Het gaat daarbij om het vertrouwen dat we onze ‘Ware Aard’ (Svarupa) weer terugvinden en tot bevrijding (Moksha) kunnen komen. Er is daarbij sprake van een groeipad in vertrouwen! Je kunt dus vertrouwen in je zelf ontwikkelen door Yoga!

Patanjali benoemt in hoofdstuk 1 van de Yogasutras wat de belemmeringen zijn op weg naar het terugvinden van ons ware Zelf. Hij vat negen belemmeringen samen, zoals ziekte, twijfel, luiheid onder de term Vikshepas. Deze belemmeringen leiden tot lichamelijke en geestelijke problemen. Hij adviseert ons om de geest (je energie) te richten op een belangrijk doel in je leven.

Volgens Patanjali geldt voor de meeste van ons dat we vijf inspanningen moeten beoefenen om vertrouwen te krijgen in je ware Zelf (I.19-23). Namelijk: a) versterken van geloof en vertrouwen; b) ontwikkelen van spirituele energie; c) een goed geheugen; d) een hoge graad van intelligentie, die nodig is voor ontwikkelen van staat van Samadhi (hoogste vorm van meditatie). Samadhi is zeer dicht bij voor hen die een sterk of intens verlangen (naar Samadhi) hebben of aan zelfovergave (Isvarapranidhan) doen. Een dergelijke totale overgave kan alleen plaatsvinden door een diep geworteld vertrouwen te ontwikkelen in de Schepper (Isvara).

Deze vijf inspanningen vormen een simpele, duidelijke schets van de persoonlijke inspanningen die nodig zijn om (via Yoga of meditatie) met vertrouwen het pad van Zelfrealisatie te volgen. Deze vijf inspanningen werken in combinatie met de acht treden van Raja Yoga. Ik ga kort in op de vijf inspanningen.

a.     Shraddha: Ontwikkelen van een sterke geloof dat je leven in de goede richting gaat. Het is zeker geen “blind” vertrouwen in een Yogaschool, leraar, goeroe of instelling. Integendeel, het is een innerlijk gevoel van zekerheid bij je zelf dat je bent afgestemd op jouw Dharma (met hoofdletter D). Je weet niet precies waar je uitkomt, maar je voelt vanuit je intuïtie dat het gaat om de essentie van je leven. Het geloof in Yoga is dus geen “blind” geloof, zoals bij sommige religies het geval is. Het is gebaseerd op “directe, onderscheidende ervaring”. Als je energiebeheersing (Pranayama) hebt beoefend na een fysieke houding (Asana) en deze oefeningen leiden in meditatie (Dhyana) tot een rustige, kalme geest (Satva Citta-Vrttis) dan voel je dat voortzetting van deze oefeningen de volgende keren ook zullen gaan leiden tot innerlijke rust en stilte. Deze rust is ware bron van vertrouwen. Als je twijfelt aan het nut daarvan, dan verzwakt die kracht.

b.    Virya: Ontwikkelen van positieve (spirituele) energie en een krachtige wil om het uiteindelijk doel van Yoga te bereiken. Deze spirituele kracht gaat gepaard met de volle overtuiging, die zegt: “Ja, ik kan het, ik wil het en ik doe het!”.

c.     Smriti: Ontwikkelen van een sterk geheugen. Geheugen (dus geen obsessie!) is het vasthouden van ervaringen in het innerlijke proces die je ervaart tijdens Yoga en in je dagelijks leven. Een aanhoudend bewustzijn van het essentiële (geestelijk) doel in je leven dat je ervaart, zowel als getuige tijdens meditatie, als in het dagelijks leven dat het goed is waar je mee bezig bent.

d.    Prajna: Ontwikkelen van hogere wijsheid en bewustzijn via contemplatie (Samadhi) om uiteindelijk te komen tot Ritambara Prajna (vervult van het gevoel van absolute waarheid).

e.     Samadhi: Ontwikkelen van onderscheidingsvermogen door beoefenen van de verschillende staten van Samadhi. Het betekent dat je steeds meer inzicht krijgt en je steeds duidelijker het verschil gaat zien tussen het tijdelijke en het eeuwige tussen het stoffelijke en onstoffelijke, tussen je ego en je ware Aard.
 

Slotopmerking

Wij ontvangen vertrouwen via geboorte en opvoeding van onze (pleeg- en/of groot-) ouders die begaan zijn met ons welbevinden. Of via onze collega’s en vrienden die ons loyaal zijn. Of hopelijk via onze kinderen als we oud en hulpbehoevend zijn geworden. Persoonlijk maak ik graag onderscheid tussen ‘blind' en ‘rotsvast’ vertrouwen? De basis voor ons vertrouwen zijn de positieve of negatieve ervaringen die we in de loop van ons leven hebben opgedaan. Het aparte is dat het vertrouwen in God in feite nergens (bewijsbaar) op is gebaseerd! We zouden dus bij vertrouwen in God eigenlijk moeten spreken over ‘blind’ vertrouwen. Echter, op basis van ervaringen met vertrouwen, komen we met ‘blind’ vertrouwen soms bedrogen uit. Daarom vind ik persoonlijk ‘rotsvast’ vertrouwen, beter klinken als ‘blind’ vertrouwen. De ‘rots’ waar ik mijn vertrouwen op probeer te bouwen, is mijn hogere Zelf, via steeds meer overgave (Isvara Pranidhana). Daarbij probeer ik wel de benen op ‘vaste’ grond te houden. Je zou dit laf kunnen noemen! Maar ik zie het als een groeiproces en Yoga helpt mij daarin. Maar (en daar sluit ik mee af) een (goddelijke) reddende hand wordt niet altijd door onze ego (h)erkend. Verhaaltje:

Bij de grote overstroming kon een man zich nog net op tijd redden door op het dak te klimmen. Hij was een godvrezend persoon en hij had een ‘blind’ vertrouwen in God. Een helikopter kwam voorbij en de redders wilden hem van het dak halen. “Nee” zei de man : “God komt mij redden”. Onverrichte zaken vertrok de helikopter weer. Toen kwam er een motorboot langs. Ook die redders wilden hem van het dak halen. De man weigerde en zei: “God zal mij helpen”. Voor de derde keer kwam er nu een roeiboot langs. Ook deze hulp weigerde hij. De man bleef halsstarrig wachten tot hij hulp zou krijgen van God. Uiteindelijk viel de man  van vermoeidheid van het dak en verdronk. Hij weigerde 3 keer dus ‘goddelijke’ hulp.

Als laatste dan. Bij je geboorte heb je vertrouwen meegekregen maar dit vertrouwen kan door ervaringen wordt versterkt of afgezwakt. Geloof of vertrouwen moet je ontwikkelen gedurende je hele leven. Voor mij is het een groeiproces en Yoga ondersteunt mij daarin. Vertrouwen en zelfvertrouwen (met kleine letter z) is een mooie manier om emotionele problemen te overwinnen. Of het nu thuis, op school  of in het beroepsleven is. Maar “rotsvast” vertrouwen in je innerlijke hogere Zelf (met hoofdletter Z) overstijgt je ego. En… als ik eerlijk bent, is het juist mijn ego die het ware vertrouwen in de weg staat… We zullen dus onze ego moeten transformeren in ons Ware Zelf om echt vertrouwen te verwerven…

Volgens de Rishis is dat dé beste manier om “alles te overwinnen”. Vergeet niet dat niets onmogelijk is. Wat nodig is, is een oprechte poging in de juiste richting, op de juiste momenten en met juiste volharding. Laten we ons blijven inspannen in de verwezenlijking van onze Ware Aard en daar in ieder geval een 'rotsvast' vertrouwen in te ontwikkelen. Om Shanti.

Om Shanti, Shanti, Shanti.

Nieuwegein, april 2011.



[1]In Christelijke traditie (Bijbel) wordt regelmatig een beroep gedaan op ‘onwankelbaar vertrouwen’ in God de Vader: Sara schonk Abraham een zoon (Jitschak). Als test van zijn geloof moest Abraham echter zijn geliefde zoon aan God offeren. Toen hij op het punt stond om dit inderdaad te doen, weerhield God hem ervan en stond er een ram gereed om de plaats van het mensenoffer in te nemen. Ook Jezus gaf voorbeelden van  ‘onwankelbaar vertrouwen’ in God de Vader. De eerste twee netten vol met vis (Lucas 5:1-11). Hij liep over water (Matteüs 14:22-33; Johannes 6:15-21; Marcus 6:45-52) en bracht stormen tot bedaren (Marcus 4:35-41; Matheüs 8:18-27; Lucas 8:22-25).